Het najaar is de tijd om voorjaarsbollen in de grondte stoppen. Anders dan bij vaste planten, slaat een bloembol het voedsel voor de groei in de bol zelf op. Dat is ook meteen de reden dat je het loof na de bloei nooit moet afknippen. Het zet zich samen met zonlicht en water om tot voedsel voor de bloem van volgend jaar.
Wie in het voorjaar wil genieten van bloeiende tulpen, krokussen of andere voorjaarsbloeiers mag de bloembollen in de herfst al een plekje geven in de tuin. Je doet dit van september t/m december, voor de eerste nachtvorst.
Bloembollen die je in september en oktober kunt planten:
Sneeuwklokje, iris, krokus, blauwe druif, narcis, hyacint, keizerskroon, kievietsbloem, allium, camassia, Bulgaarse ui.
Bloembollen die je in november en december kunt planten:
Krokus, blauwe druif, tulpen, keizerskroon, camassia. Let op: probeer tulpen pas in november of zelfs december te planten. Dankzij de koude grond slaan ziektes zoals tulpenvuur minder snel toe.
Waar plant je de bloembollen?
Bloembollen groeien eigenlijk overal, zolang de grond maar goed water doorlaat. Ze gedijen het beste op een zonnige plek. Sommige bollen, zoals sneeuwklokjes of narcissen, groeien ook in de schaduw. Bloeiende bollen fleuren je gazon op, staan mooi in potten en bloembakken, brengen kleur tussen de vaste borderplanten of aan de voet van bomen. En wie houdt er nou niet van een wilde bloemenweide? Mogelijkheden te over.
Hoe diep plant je bloembollen?
De vuistregel is dat je een gat graaft dat drie keer de diepte van de bol heeft. Je kunt beter iets te diep dan te ondiep planten, al zijn er natuurlijk uitzonderingen, dus check per soort hoe diep je de bloembollen moet planten.
Bij het planten van bloembollen in bakken of potten kunnen deze tips je helpen.